Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Immateriële vaste activa

Onder de immateriële vaste activa zijn goodwill, merknamen, vestigingspunten, zelfontwikkelde software en overige immateriële vaste activa opgenomen.

Goodwill

Goodwill wordt berekend als het verschil tussen de bij acquisities betaalde verkrijgingsprijs en de reële waarde van de verkregen activa en passiva (rekening houdend met de waardering van vestigingspunten). Goodwill wordt geactiveerd en indien van toepassing verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Over goodwill wordt niet geamortiseerd.

Merknamen

De waardering van de verkregen merknamen is gebaseerd op de zogenoemde discounted cashflow methode op basis van geschatte toekomstige vrije kasstromen. De merknamen worden geactiveerd en indien noodzakelijk verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Merknamen worden niet geamortiseerd, aangezien de betreffende merknamen nu en in de toekomst actief worden gevoerd in de bedrijfsuitoefening.

Vestigingspunten

Vestigingspunten worden gewaardeerd tegen het bedrag van de bestede kosten verminderd met cumulatieve amortisaties en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Koopsommen betaald voor de verkrijging van vestigingspunten, worden geactiveerd voor zover de daaraan verbonden toekomstige economische voordelen ten goede komen aan Jumbo en Jumbo de beschikkingsmacht heeft over de geactiveerde activa. De waardering van verkregen vestigingspunten is gebaseerd op de zogenoemde discounted cashflow methode. Amortisatie vindt lineair plaats op basis van een verwachte economische levensduur van 5 tot maximaal 20 jaar zonder restwaarde. Onder de vestigingspunten zijn ook betaalde sleutelgelden ter verwerving van nieuwe locaties opgenomen. Over deze aanbetalingen wordt geamortiseerd vanaf winkelopening op deze locaties.

Zelfontwikkelde software

Kosten van zelfontwikkelde software worden geactiveerd indien aan de criteria voor activering wordt voldaan. Activering vindt slechts plaats gedurende de ontwikkelingsfase. Geactiveerde software wordt vanaf de datum van ingebruikname lineair over de geschatte economische levensduur ten laste van het resultaat geamortiseerd en indien van toepassing verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Overige immateriële vaste activa

De overige immateriële vaste activa bestaan uit verstrekte bijdragen aan ondernemers en van derden aangekochte software. De bijdragen aan ondernemers worden geactiveerd voor zover de daaraan verbonden toekomstige economische voordelen ten goede komen aan Jumbo. Kosten met betrekking tot van derden aangekochte software worden geactiveerd indien aan de criteria voor activering worden voldaan.

Na de eerste opname worden geactiveerde overige immateriële vaste activa gewaardeerd tegen het bedrag van de bestede kosten verminderd met cumulatieve amortisaties en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Overige immateriële vaste activa worden vanaf de datum van ingebruikname lineair over de geschatte economische levensduur ten laste van het resultaat geamortiseerd.

De gehanteerde amortisatiepercentages op moment van ingebruikname van de immateriële vaste activa bedragen:

Goodwill

0%

Merknamen

0%

Vestigingspunten

5% - 20%

Zelfontwikkelde software

20%

Overige

20%

De amortisatie van de immateriële vaste activa worden afzonderlijk in de winst- en verliesrekening verantwoord.

Materiële vaste activa

Onder de materiële vaste activa zijn bedrijfsgebouwen en -terreinen, bouwkundige voorzieningen, inventarissen en installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen opgenomen.

Bedrijfsgebouwen en -terreinen

Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, verminderd met cumulatieve lineaire afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Lineaire afschrijvingen worden berekend vanaf de datum van ingebruikname, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Overige materiële vaste activa

Overige materiële vaste activa, waaronder bouwkundige voorzieningen, inventarissen en installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen, worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment gereed voor ingebruikname.

Kosten voor groot onderhoud worden in de boekwaarde van het actief verwerkt onder toepassing van de componentenbenadering.

De gehanteerde afschrijvingspercentages van de materiële vaste activa bedragen:

Bedrijfsgebouwen en -terreinen

0% - 4%

Bouwkundige voorzieningen

10%

Inventarissen en installaties

10% - 33,3%

Andere vaste bedrijfsmiddelen

10% - 33,3%

Activa in uitvoering

0%

De afschrijvingen uit hoofde van de materiële vaste activa zijn verantwoord onder de kostprijs van de omzet, de verkoopkosten en de algemene beheerkosten.

Gebruiksrechten leasecontracten

Jumbo heeft gebruiksrechten leasecontracten inzake bedrijfsgebouwen en -terreinen, vervoersmiddelen en overige bedrijfsmiddelen. Gebruiksrechten leasecontracten worden gewaardeerd tegen kostprijs, bestaande uit het initiële bedrag van de leaseverplichting, eventuele bedragen die vooraf of bij de start van de lease werden betaald, initiële direct toewijsbare kosten en een schatting van de te betalen ontmantelings- en restauratiekosten met betrekking tot het herstellen van het gebruikte actief in zijn originele staat in overeenstemming met de contractvoorwaarden. De gebruiksrechten op leasecontracten worden verminderd met cumulatieve lineaire afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen en worden aangepast voor eventuele herwaarderingen van de leaseverplichting. Er wordt afgeschreven vanaf het moment gereed voor ingebruikname. De afschrijvingstermijn is bepaald op maximaal 15 jaar, zijnde gelijk aan de verwachte looptijd per individueel leasecontract.

Jumbo houdt meerdere bedrijfsgebouwen en –terreinen aan die niet volledig worden gebruikt voor de reguliere bedrijfsuitvoering. In die gevallen is sprake van verhuur aan Jumbo vestigingen aan derden. De vestigingen die verhuurd worden aan derden genereren huurinkomsten voor Jumbo, maar worden aangehouden in verband met strategisch belang voor de bedrijfsvoering van Jumbo van deze locaties. Het uitgangspunt van Jumbo is om geen panden voor verkooplocaties in eigendom te hebben. De boekwaarde gebruiksrechten die betrekking hebben op dergelijke huurovereenkomsten met derden zijn opgenomen als onderdeel van de gebruiksrechten leasecontracten. Bedrijfsgebouwen en –terreinen die worden verhuurd aan ondernemers worden aangemerkt als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering aangezien deze rechtstreeks bijdragen aan de bedrijfsvoering van Jumbo. De gebruiksrechten met betrekking tot verhuur aan derden volgen de waarderingsmethode die wordt toegepast op alle gebruiksrechten inzake bedrijfsgebouwen en –terreinen.

De afschrijvingskosten uit hoofde van gebruiksrechten leasecontracten zijn verantwoord onder de kostprijs van de omzet, de verkoopkosten en de algemene beheerkosten.

Financiële vaste activa

De leningen u/g worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen als gevolg van oninbaarheid. Hierbij is conform IFRS9 de classificatie van het 'business model' beoordeeld en is de 'Solely Payments of Principal and Interest' test (hierna: SPPI-test) toegepast. Bij de classificatie van het 'business model' wordt beoordeeld of schuldinstrumenten worden aangehouden om de contractuele kasstromen te innen of dat de contractuele kasstromen worden aangehouden om te innen en vervolgens te verkopen. Indien dit het geval is wordt de SPPI-test uitgevoerd om vast te stellen of de gegenereerde kasstromen uitsluitend worden veroorzaakt door betalingen van de hoofdsom en rente. Afhankelijk van het business model, de uitkomst van de SPPI-test en de aanwezigheid van opties die tegen de reële waarde moeten worden gewaardeerd, wordt de geamortiseerde kostprijs methode of de reële waarde methode toegepast.

De vooruitbetaalde bijdragen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van de noodzakelijk geachte waardeverminderingen bij verwachte tegenvallende kasstromen in toekomstige jaren. De periodieke kwijtingen van de vooruitbetaalde bijdragen worden direct ten laste van de omzet gebracht.

Financiële leasecontracten betreffen inhuurcontracten waar Jumbo meer dan 75% van de looptijd van het huurcontract doorverhuurd aan hoofdzakelijk ondernemers. Daarmee fungeert Jumbo als lessor. Financiële leasecontracten worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen als gevolg van oninbaarheid. De huurontvangsten gedurende het boekjaar worden op deze post in mindering gebracht.

Voor verkoop aangehouden activa en verplichtingen

Vaste activa of groepen activa worden aangemerkt als ‘aangehouden voor verkoop’ indien het in hoge mate waarschijnlijk is dat de boekwaarde hoofdzakelijk via verkoop en niet via het voortgezette gebruik ervan wordt gerealiseerd.

De activa aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen de boekwaarde of lagere reële waarde, onder aftrek van de geschatte verkoopkosten. Eventueel benodigde bijzondere waardeverminderingen worden ten laste van het resultaat verantwoord. Op deze activa worden geen afschrijvingen en amortisaties meer verantwoord, zodra classificatie als activa aangehouden voor verkoop heeft plaatsgevonden. De verplichtingen die samenhangen met de activa aangehouden voor verkoop worden afzonderlijk weergegeven onder de voor verkoop aangehouden verplichtingen.

Voorraden

De voorraden bestaan hoofdzakelijk uit handelsgoederen en emballage en worden gewaardeerd tegen de laagste van de verkrijgingsprijs en netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De verkrijgingsprijs omvat de laatst bekende inkoopprijs en de direct toerekenbare bijkomende kosten, waaronder transportkosten, verminderd met de direct toerekenbare leveranciersbijdragen. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsuitoefening, verminderd met kosten die nog gemaakt moeten worden, zoals verkoopkosten. Waardering tegen de laatst bekende inkoopprijs kan leiden tot ongerealiseerde prijsstijgingen. Gezien de hoge omloopsnelheid van de voorraden is deze invloed van te verwaarlozen betekenis op de totale waardering. Daarmee wijkt deze waardering niet significant af van de first-in-first-out-methode.

Handelsdebiteuren en overige vorderingen

De handelsdebiteuren en overige vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk is aan de nominale waarde, onder aftrek van de noodzakelijk geachte waardeverminderingen voor het risico van oninbaarheid. Deze waardeverminderingen worden bepaald op basis van de individuele beoordeling van de vorderingen. De geamortiseerde kostprijs wordt bepaald op basis van de effectieve rentevoet.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en termijndeposito’s met een oorspronkelijke looptijd van maximaal drie maanden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Gegeven het kortlopende karakter van de liquide middelen is de nominale waarde nagenoeg gelijk aan de reële waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting.

Groepsvermogen

Uitgegeven financiële instrumenten worden geclassificeerd als eigen vermogen of als financiële verplichting in overeenstemming met de economische realiteit van de contractuele bepalingen van het instrument. Geplaatste gewone aandelen worden geclassificeerd onder groepsvermogen. Kosten die direct zijn toe te schrijven aan de uitgifte van gewone aandelen worden, na aftrek van eventuele belastingen, in mindering gebracht op het groepsvermogen.

Leaseverplichtingen

De leaseverplichtingen worden initieel gewaardeerd tegen de nog niet betaalde leasebetalingen verdisconteerd tegen de impliciete interestvoet, met uitzondering van leases met een looptijd korter dan 12 maanden of een waarde lager dan € 5. De marginale interestvoet is opgebouwd uit de volgende componenten: de risicovrije interestvoet op basis van Nederlandse Staatsobligaties, Jumbo specifieke kredietopslag en een opslag op basis van de risicocategorie van de onderliggende activa. Indien deze interestvoet niet betrouwbaar bepaald kan worden, moet de marginale interestvoet van de lessee gebruikt worden. Jumbo hanteert de marginale interestvoet als disconteringsvoet, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte looptijd van het leasecontract, dat uitkomt op een gewogen gemiddelde van 1,1%.  Vanuit de leaseverplichtingen worden de gebruiksrechten leasecontracten bepaald en gewaardeerd.

De verwachte looptijd van een contract omvat de leaseperiode vast te stellen als de niet-opzegbare periode van een leasecontract, inclusief de perioden die onder optie tot verlenging van het contract vallen indien het redelijk zeker is dat Jumbo hiervan gebruik gaat maken en inclusief de perioden die onder optie tot beëindiging van het contract vallen als het redelijk zeker is dat Jumbo deze optie zal gaan uitoefenen.

Leasebetalingen die in de waardering van de leaseverplichting zijn opgenomen, zijn:

  • vaste betalingen verminderd met te ontvangen lease-incentives;

  • variabele leasebetalingen die van een index of rentevoet afhankelijk zijn en die bij eerste opname op basis van de index of rentevoet op de aanvangsdatum worden gewaardeerd;

  • bedragen die naar verwachting door Jumbo verschuldigd zullen zijn uit hoofde van restwaardegaranties;

  • de uitoefenprijs van een aankoopoptie indien het redelijk zeker is dat Jumbo deze optie zal uitoefenen; en

  • betalingen van boeten voor het beëindigen van de leaseovereenkomst, indien de gehanteerde leaseperiode de uitoefening door Jumbo van een optie tot beëindiging van de leaseovereenkomst weerspiegelt.

Na de eerste opname vindt waardering plaats tegen (geamortiseerde) kostprijs. De leaseverplichting wordt verhoogd om de rente op de verplichting weer te geven, verlaagd met verrichte leasebetalingen en geherwaardeerd om herbeoordelingen of wijzigingen van de leaseovereenkomst weer te geven. De rente op de leaseverplichting en variabele leasebetalingen die niet in de waardering van de verplichting zijn opgenomen worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Jumbo maakt hoofdzakelijk gebruik van verkooplocaties, zijnde bedrijfsgebouwen en -terreinen, door het afsluiten van leasecontracten en heeft beperkt bedrijfsgebouwen en -terreinen in eigendom. De aanvankelijke looptijd van leasecontracten voor verkooplocaties in Nederland is over het algemeen 10 jaar met continue verlengingsopties van ieder 5 jaar. Ten aanzien van de huurcontracten van vastgoed verwacht Jumbo voor het merendeel van de portefeuille gebruik te maken van verlengingsopties en de locaties voor een gemiddeld lange termijn voort te zetten. Tevens vindt differentiatie plaats voor vestigingen op basis van aandachtsprofiel, wat kan leiden tot aanpassingen in het verwachte gebruik van verlengingsopties. Het uitoefenen van verlengingsopties ligt voornamelijk in handen van Jumbo, als gevolg van wettelijke bescherming. In België is de aanvankelijke looptijd van leasecontracten veelal 3 jaar met continue verlengingsopties van ieder 3 jaar. Een maximale looptijd van 15 jaar is van toepassing op Jumbo winkellocaties en een maximale looptijd van 10 jaar is van toepassing op La Place. Servicekosten worden niet meegenomen in de waardering van de leaseverplichting, maar direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Daarnaast heeft Jumbo huurcontracten gerelateerd aan vervoersmiddelen en overige bedrijfsmiddelen die onder IFRS16 zijn gewaardeerd, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde huurtermijn van 3 tot 7 jaar.

Herwaarderingen van de leaseverplichting ontstaan uit gewijzigde leasebetalingen, een verandering in de leaseperiode of in de beoordeling van een optie om het onderliggende actief te kopen, verandering in de bedragen uit hoofde van restwaardegaranties en een gewijzigde disconteringsvoet. Het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting wordt opgenomen als een aanpassing van het gebruiksrecht van het leasecontract. Indien de boekwaarde van gebruiksrecht van het leasecontract tot nul is afgeboekt en er van een verdere vermindering van de leaseverplichting sprake is, wordt de herwaardering verantwoord in de winst- en verliesrekening.

Leningen en overige verplichtingen

Leningen en overige verplichtingen, met uitzondering van leaseverplichtingen, betreffen schulden aan financiële instellingen, een participatieregeling, triple-net verplichtingen inzake onroerend goed en overige leningen en verplichtingen. Opgenomen rentedragende leningen en verplichtingen worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde verminderd met transactiekosten voor verwerving. Na de eerste verwerking worden rentedragende leningen en verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde de nominale waarde onder aftrek van de niet geamortiseerde kosten van verwerving. De participatieregeling van Jumbo wordt bij eerste verwerking en na eerste verwerking gewaardeerd tegen de contante waarde van het verwachte inkoopbedrag waartegen de participaties worden ingekocht. De waardemutaties worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder de financiële baten en lasten.

De kosten van verwerving worden over de looptijd van de respectievelijke financieringsovereenkomsten ten laste van de winst- en verliesrekening geamortiseerd zodanig dat er gedurende de looptijd sprake is van een gelijkblijvende effectieve rente.

Pensioenen en overige uitgestelde beloningen

Jumbo heeft diverse pensioenregelingen. De pensioenregelingen worden gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerders, te weten bedrijfstakpensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Bij de pensioenverplichtingen wordt onderscheid gemaakt tussen toegezegde-bijdrage pensioenregelingen en toegezegde-pensioenregelingen.

Toegezegde-bijdrage pensioenregelingen

Een toegezegde-bijdrage pensioenregeling is een pensioenregeling in het kader waarvan Jumbo vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen juridische of feitelijke verplichting heeft als het pensioenfonds onvoldoende activa heeft om alle uitkeringen aan personeel te betalen in verband met diensttijd van personeel in de actuele en voorgaande periodes. Zodra de bijdragen zijn voldaan, heeft Jumbo geen verdere betalingsverplichtingen. De pensioenbijdragen worden in de winst- en verliesrekening als kosten van personeelsbeloningen verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben.

Vooruitbetaalde pensioenbijdragen worden opgenomen als actief voor zover dit leidt tot een terugbetaling in contanten of een verrekening met toekomstige bijdragen. Bijdragen aan een toegezegde-bijdrageregeling die meer dan 12 maanden na afloop van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten betaalbaar zijn, worden verdisconteerd tot hun contante waarde.

Toegezegde-pensioenregelingen

Toegezegde-pensioenregelingen zijn alle pensioenregelingen die geen toegezegde-bijdrage regeling zijn. De verplichting uit hoofde van toegezegde-pensioenregelingen is het saldo van de contante waarde van de toegezegde-pensioenverplichtingen op de balansdatum verminderd met de reële waarde van de daarvoor aangehouden fondsbeleggingen. De verplichting van Jumbo uit hoofde van toegezegde-pensioenregelingen wordt voor iedere regeling jaarlijks afzonderlijk berekend op basis van de projected unit credit-methode. De contante waarde van de toegezegde-pensioenverplichting wordt bepaald door de geschatte toekomstige uitstroom van geldmiddelen op basis van rentetarieven van hoogwaardige bedrijfsobligaties met vergelijkbare looptijden.

Wanneer de berekening resulteert in een positief saldo voor Jumbo, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan eventuele niet opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd en de contante waarde van economische voordelen in de vorm van eventuele toekomstige terugstortingen of lagere toekomstige pensioenpremies. Bij de berekening van de contante waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsverplichtingen die van toepassing zijn op de afzonderlijke regelingen van Jumbo. Een economisch voordeel is voor Jumbo beschikbaar als dit realiseerbaar is tijdens de looptijd van de regeling of bij de afwikkeling van de verplichtingen van de regeling. Actuariële winsten en verliezen voortvloeiend uit aanpassingen aan de feitelijke ontwikkelingen of actuariële aannames worden verwerkt in het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat. Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van een regeling worden gewijzigd of wanneer een regeling wordt ingeperkt, wordt de daaruit voortvloeiende wijziging in aanspraken met betrekking tot verstreken diensttijd of de winst of het verlies op die inperking direct verwerkt in de winst- en verliesrekening. Jumbo verantwoordt winsten of verliezen met betrekking tot de afwikkeling van een toegezegde-pensioenregeling op het moment dat formele besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Overige verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen

Overige verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen zijn beloningen die deel uitmaken van het beloningspakket. Onder deze verplichting zijn de uitgestelde beloningen (jubileumuitkeringen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) opgenomen. De opgenomen verplichting is de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de kansen dat medewerkers als gevolg van voortijdige uitdiensttreding niet in aanmerking komen voor een jubileumuitkering. De verplichting wordt berekend rekening houdend met de tijdswaarde van geld door de verplichting tegen contante waarde te verantwoorden.

Latente belastingvorderingen- en verplichtingen

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens de in deze jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling en de fiscale voorschriften. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt tegen de aan het einde van het verslagjaar bekende belastingtarieven, waartegen naar verwachting toekomstige afwikkeling plaatsvindt. Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die latente belastingvorderingen voortvloeiende uit voorwaartse verliescompensatie, worden gewaardeerd voor zover het op basis van de actueel beschikbare informatie waarschijnlijk is dat het actief in de toekomst wordt gerealiseerd. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen uit hoofde van gebeurtenissen op of voor balansdatum waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Voorzieningen worden gewaardeerd door de verwachte toekomstige kasstromen contant te maken op basis van een disconteringsvoet die een afspiegeling is van de actuele marktinschattingen van de tijdswaarde van geld en van de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting. Oprenting van de voorzieningen wordt als een financieringslast verantwoord.

Reorganisatievoorziening

De reorganisatievoorziening heeft betrekking op kosten in verband met de reorganisatie van activiteiten en wordt gevormd indien voor Jumbo een feitelijke of juridische verplichting is ontstaan.

Voorziening verlieslatende contracten

De voorziening voor verlieslatende contracten wordt gevormd wanneer de door Jumbo naar verwachting te behalen voordelen uit een overeenkomst lager zijn dan de onvermijdbare kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst te voldoen.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan voornamelijk uit voorzieningen voor juridische claims.

Afgeleide financiële instrumenten

Afgeleide financiële instrumenten, waaronder de door Jumbo gehanteerde rente-afdekkingsinstrumenten om het renterisico op de rentedragende schulden te beheersen, worden gewaardeerd op reële waarde. De reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is gebaseerd op de beurskoers of een andere marktnotering, exclusief transactiekosten. Indien er geen beurskoers beschikbaar is, wordt de reële waarde van het afgeleide financiële instrument bepaald op basis van het geschatte bedrag dat Jumbo zou ontvangen of betalen om het contract per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en de actuele kredietwaardigheid van beide contractpartijen. Aanpassingen van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten worden in het resultaat verantwoord, met uitzondering van instrumenten die dienen ter afdekking van toekomstige kasstromen en die zich als effectief kwalificeren (hedge-accounting). De aanpassingen van de reële waarde van deze afgeleide financiële instrumenten worden verwerkt in het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat. Indien noodzakelijk wordt in de waardering van de afgeleide financiële instrumenten rekening gehouden met het kredietrisico van betrokken contractpartijen.

Handelscrediteuren en overige schulden

Verplichtingen aan handelscrediteuren zijn niet-rentedragende schulden en worden bij eerste verwerving gewaardeerd tegen reële waarde, zijnde de waarde waartegen naar verwachting afwikkeling plaatsvindt.

De overige kortlopende verplichtingen worden eveneens gewaardeerd tegen reële waarde. Onder de kortlopende verplichtingen zijn zegelverplichtingen opgenomen. De reële waarde van de zegelverplichtingen is gelijk aan de nominale waarde van de zegels in omloop. Tevens zijn onder de overige kortlopende schulden overheidsheffingen opgenomen. De overheidsheffingen worden verantwoord in de periode waarin de overheidsheffing ontstaan is.

Na de eerste verwerking van verplichtingen aan handelscrediteuren en overige kortlopende verplichtingen vindt waardering plaats tegen (geamortiseerde) kostprijs. Indien het tijdseffect materieel is, wordt gewaardeerd tegen contante waarde.